Cholesterol is essentieel voor vele biologische processen. In de bijnieren wordt cholesterol omgezet in testosteron en bijnierhormonen. Veranderingen in het ‘vervoer’ van cholesterol zijn een belangrijk kenmerk van veel ziekten, zoals het syndroom van Cushing, primair aldosteronisme, hyperandrogenisme, adrenocorticaal carcinoom en atherosclerose.

Meetmethoden

De gouden standaard ter bepaling van problemen met de bijnieren is invasief en bestaat uit het afnemen van bloed van de bijnieraders. Beeldvorming van cholesterolgebruik is ook mogelijk met het jodium-131 (131I) middel genaamd NP-59. Dit middel is een niet-invasief alternatief ter bepaling van de bijnierfunctie en de steroïd-synthese. Gebruik resulteert echter in een slechte resolutie, productieproblemen en hoge stralingsdosimetrie voor patiënten, wat het gebruik en de klinische impact ervan beperkt.

Een fluor-18 analoog van NP-59 zou de tekortkomingen van 131I moeten verhelpen en toch de mogelijkheid behouden om het cholesterolgebruik in beeld te brengen. In het huidige onderzoek is dit verder onderzocht.

Onderzoek

Recente ontwikkelingen maakten het mogelijk om via een verbeterde beknopte route een fluor analoog van NP-59 (FNP-59) te bereiden. In dit onderzoek wordt de radiochemie voor het met fluor-18 radioactief gemerkte 18F-FNP-59 beschreven alsook stralingsdosimetriestudies bij knaagdieren en in vivo beeldvorming bij Nieuw-Zeelandse konijnen uitgevoerd. Na in vivo toxiciteitsstudies werd een investigational new drug (IND) goedkeuring verkregen en werden de eerste humane beelden, gebruik makend van het nieuwe middel, met dosimetrie gemaakt.

Resultaten

In vivo toxiciteitsstudies toonden aan dat FNP-59 veilig is voor gebruik bij de beoogde dosis. Biodistributiestudies met 18F-FNP-59 toonden een vergelijkbaar farmacokinetisch profiel aan als NP-59, maar met verminderde blootstelling aan straling. In vivo dierbeelden tonen verwachte opname aan in weefsels die cholesterol gebruiken: galblaas, lever en bijnieren.
De eerste beelden bij de mens vertoonden geen bijwerkingen en toonden accumulatie aan in de doelweefsels (lever en bijnieren). Een extra patiënt werd in beeld gebracht tijdens bijnierstimulatie om te testen of de opname kunstmatig verhoogd kon worden. Manipulatie van de opname werd aangetoond bij patiënten die voor stimulatie van de bijnier cosyntropine kregen; het resulteerde in een verbeterde opname.

Conclusie

18F-FNP-59 leverde beelden met een hogere resolutie op, bij een lagere stralingsdosis voor de proefpersonen. 18F-FNP-59 heeft het potentieel om een niet-invasieve test te leveren voor patiënten met adrenocorticale ziekten.

Referentie

  1. Brooks AL, et al. J Nucl Med. 2022; https://doi.org/10.2967/jnumed.122.263864